Moraliteit en Libertarisme
|
06-15-2012, 06:03 PM
(Dit bericht is het laatst bewerkt op 06-15-2012 om 06:07 PM door ddww.)
Bericht: #1
|
||||||||
|
||||||||
Moraliteit en Libertarisme
- door Henry Sturman -
In dit artikel behandel ik de vraag of er een objectief juiste moraal bestaat waar fundamentele (libertarische) rechten op gebaseerd zijn. Ik beargumenteer dat hoewel moraliteit ten eerste een subjectieve emotie is er belangrijke objectieve aspecten aan zitten waardoor men er toch op zinvolle wijze over kan discussiëren. En ik verwerp het moreel relativisme. Er zijn goede argumenten waarom de libertarische moraal beter is dan alle alternatieven, maar een bewijs van de juistheid van het libertarisme is onmogelijk. Ik introduceer de term moraalratio om dilemma's van het type "lifeboat situations" te verhelderen. Ten slotte ga ik in op libertarische strategie, het debat tussen consequentialistische libertariërs en moralistische libertariërs, de relatie tussen moraliteit en utilitarisme, en de vraag hoe het libertarisme toe te passen op controversiële onderwerpen zoals copyrights, abortus en milieuvervuiling. Rollins beweert in “The Myth of Natural Rights” [1] dat fundamentele rechten, behalve rechten die daadwerkelijk verdedigbaar zijn d.m.v. het nu geldende recht, een mythe zijn en dat moraliteit slechts een soort trukendoos is van intellectuele spitsvondigheden met als doel het gedrag van anderen te beïnvloeden. Hij noemt zichzelf een amoralist. Deze stellingname lijkt te volgen uit zijn observatie dat een objectief ware moraliteit niet te bewijzen is. Op moraliteit gestoelde basisrechten, zoals de zogenaamde natuurrechten, zijn dus volgens hem een fictie. Zijn conclusie is vervolgens dat morele argumenten onzin zijn. Naar mijn mening wordt hier een valse keuze gesteld. Ik ben het met Rollins eens dat er geen bewijsbaar objectief juiste moraal is. Ik ben het echter niet met hem eens dat hieruit volgt dat het concept van fundamentele mensenrechten, gebaseerd op een moraal, een onzinnige fictie is. Integendeel. Het bestaan van moraliteit en het belang daarvan voor menselijk samenleven is overduidelijk. En, zoals ik in dit artikel wil verdedigen, er kan wel degelijk zinnig over moraliteit gediscussieerd worden. Wat is moraliteit? Als je kijkt naar hoe de begrippen moreel, immoreel, moraliteit, etc. in de taal, cultuur en gedragingen van mensen tot uiting komen dan is volgens mij de beschrijving van moraliteit die het beste aansluit bij de betekenis de volgende: Moraliteit is een menselijke emotie met betrekking tot het goed- af afkeuren van intermenselijke gedragingen. Mijn standpunt hierover komt voor een groot deel overeen met het emotivisme van bijvoorbeeld Ayer en Van Glabbeek. Een morele emotie kan goedkeurend zijn, bijvoorbeeld in het geval Piet netjes voor een brood bij de bakker betaalt, of afkeurend, bijvoorbeeld wanneer Piet een brood steelt bij de bakker. De morele emotie is in het algemeen veel sterker bij zaken die we afkeuren dan bij zaken die we goedkeuren. We maken ons veel drukker over dingen van anderen die we immoreel vinden, zoals moorden, verkrachten, stelen, liegen, bedriegen, dan dat we een positief moreel gevoel hebben over dingen die anderen doen die we wel moreel verantwoord vinden, zoals praten, werken, fietsen, etc. In gevallen waar iemand uit plichtsbesef moreel juist handelt, ook als dat in zijn eigen nadeel is, wordt het positieve morele gevoel over die ander sterker. Een negatief moreel gevoel (of een positief moreel gevoel) behoort volgens mij tot de basisemoties van de mens, samen met bijvoorbeeld verdriet, blijdschap, boosheid, angst, wanhoop, schaamte, verlegenheid, irritatie en humor. Een negatief moreel gevoel ligt dicht bij de emotie boosheid. Boosheid is echter meer een direct impulsief gevoel dat men heeft als een ander iets specifieks verkeerd heeft gedaan, vooral in de eigen omgeving. En een afkeurend moreel gevoel is meer een onderdeel van een intellectueel overwogen complex van meningen over bepaalde zaken, dat over een langere termijn stand houdt. Hoewel moraliteit in de eerste plaats een individuele emotie is, is moraliteit ook iets waar mensen over kunnen nadenken. Op basis van inzichten kunnen mensen tot een verandering van morele gevoelens komen. In verband met de wenselijkheid van een harmonieuze en leefbare samenleving is het van groot belang om ernaar te streven dat de algemene morele ideeën van mensen met elkaar overeenkomen. Een vraag die zich aandient is of er een objectief juiste moraal is die mensen zouden moeten hebben. Uitspraken op het gebied van moraliteit en recht hebben volgens mij niet een objectief waarheidsgehalte vergelijkbaar met dat van de natuurwetten. Moraliteit en recht zijn immers door mensen ingestelde kunstmatige regels als aanvulling op de natuurwetten die er al zijn. Als je alleen kijkt naar de natuurwetten dan geldt er eigenlijk tussen de mensen het recht van de sterkste. In wezen is namelijk iedereen vrij om te doen en laten wat hij wil, om te moorden, stelen, etc., zolang hij niet wordt tegengehouden door zwaartekracht, het geweld van andere mensen, of andere fysieke zaken. Aangezien rechtsregels door mensen bedacht en ingevoerd worden ligt het voor de hand dat er niet op basis van observatie van of redeneren over de werkelijkheid objectief ware rechtsregels zijn af te leiden. Morele regels zijn gebaseerd op de ethische visie van individuele mensen en het is daaraan inherent dat moraliteit van persoon tot persoon verschilt en dat er dus geen objectief ware moraal valt af te leiden. Aan de andere kant wil ik in dit artikel verdedigen dat je goede argumenten kunt geven voor een bepaalde moraliteit, in het bijzonder voor de libertarische moraliteit. Hoewel je geen moraal kunt vaststellen die objectief waar is, zitten er wel objectieve aspecten aan moraliteit en kun je op basis van redelijke maatstaven beargumenteren dat de ene moraal beter is dan de andere, in het bijzonder dat de libertarische moraal beter is dan andere moralen. Ik gebruik overigens in dit artikel de woorden recht en moreel enigszins door elkaar. Dat komt omdat volgens mij in het algemeen de rechtsregels die mensen nastreven regels zijn die men rechtvaardig, dus moreel, vindt. De begrippen recht en moraal verwijzen dus naar ongeveer hetzelfde, hoewel ik verderop in dit artikel nader inga op de verschillen. Subjectieve moraal Omdat moraliteit een emotie vertegenwoordigt kun je zeggen dat moraliteit subjectief is. Morele gevoelens zijn voor de een nou eenmaal anders dan voor de ander. De bewering “moord is moreel slecht” is in zekere zin even waar als de uitspraak “moord is moreel goed”. Als je namelijk zegt “moord is moreel slecht” dan is dat eigenlijk kort voor “ik vind moord moreel slecht”. En dat is een ware bewering, want het is waar dat ik dat vind. En als Piet zegt “moord is moreel goed”, dan is dat kort voor “ik vind moord moreel goed” en dat is ook een ware bewering, ervan uitgaande dat Piet moord inderdaad moreel goed vindt. Niet alleen hebben opvoeding, cultuur, geschiedenis, sociale context, en rationele overwegingen een invloed op iemands moraliteit, maar ik denk ook dat iemands eigen karakter voor een deel zijn moraal beïnvloedt. Ik denk dat iemand meer sympathie voor iemands daad zal hebben als hij zich kan voorstellen dat hij zelf zoiets onder omstandigheden zou kunnen doen. Een rechter die zichzelf altijd onder controle heeft zal wellicht geneigd zijn om een crime passionnel even zwaar te bestraffen als een koelbloedige moord, onder het mom van moord is moord. Een rechter die zich enigszins kan voorstellen dat hij zelf in een moment van grote woede en jaloezie de minnaar van zijn vrouw zou kunnen vermoorden, en daar later grote spijt van zou hebben, zal zich meer kunnen inleven in de dader en geneigd zijn deze lichter te straffen. Het is ook een theorie van me dat een verbod op drugs, vreemdgaan, homosexualiteit of porno, etc. niet zozeer voortkomt uit de wens van sommigen om anderen tegen zichzelf te beschermen, maar eerder uit de wens van sommigen zichzelf tegen zichzelf te beschermen. De reden dat een conservatief in een samenleving wil leven waarin alle lichamelijke zondes verboden zijn is niet om zijn medemens te beschermen tegen deze zondes. Hij wil in een samenleving leven waarin hij zelf zwaar gestraft wordt als hij deze zondes begaat, omdat hij het gemakkelijker vindt om op die manier verleidingen te weerstaan dan met enkel zelfdiscipline. Het feit dat moraliteit in eerste instantie een subjectief gevoel vertegenwoordigt betekent niet dat het geen zin heeft om over morele vraagstukken te discussiëren. Ook al is moraliteit voor een groot deel gebaseerd op een intuïtief gevoel, het ligt ook in de aard van mensen dat ze over de logica en andere aspecten van moraliteit kunnen nadenken, praten, lezen en filosoferen. Op basis van bepaalde inzichten die men daardoor krijgt kan iemand zijn moraliteit aanpassen en zijn morele emoties passen zich daar weer aan aan. Mensen kunnen in het algemeen ook redenen aangeven waarom iets volgens hen moreel of immoreel is. Het is niet zo dat Piet zegt: “ik vind A moreel omdat ik het gevoel heb dat A moreel is” en Jan zegt: “ik vind A immoreel omdat ik het gevoel heb dat A immoreel is”, en dat daarmee alle discussie ophoudt. Er valt wel degelijk over moraliteit te praten op een niveau waarbij je anderen kunt overtuigen op basis van redelijke, zelfs objectieve, argumenten. Die argumenten kunnen laten zien wat de consequenties van bepaalde principes zijn, je kunt analyseren wat het betekent als je een bepaald moreel standpunt inneemt, je kunt morele standpunten vergelijken en je kunt beredeneren wat er uit volgt als je eenmaal een bepaald moreel principe aanneemt. Verder kun je laten zien dat bepaalde morele standpunten consistent zijn of juist inconsistent. En je kunt in het algemeen allerlei voor- en nadelen geven van bepaalde morele principes en uitwerkingen. Hoewel er dus een subjectief element zit in moraliteit, zitten er ook voldoende objectieve aspecten aan om zinnig over te praten, schrijven, discussiëren, enz. Aan de ene kant heb je mensen als Rollins, die zegt dat moreel verdedigbare rechten een fictie zijn en alleen maar duiden op een puur subjectieve mening, en mensen als Ayn Rand, die beweert dat de libertarische moraliteit objectief volgt uit A=A [4]. Ik denk dat beiden ongelijk hebben. Het libertarisme is niet objectief te bewijzen of af te leiden uit een fundamenteel waar principe. Anderzijds is moraliteit niet geheel subjectief, want er zitten belangrijke objectieve aspecten aan. Daarom is het idee van fundamentele mensenrechten wel degelijk zinnig. Moreel relativisme Verdedig ik met de observatie dat moraliteit subjectief en emotioneel is het moreel relativisme, in de zin dat de ene moraliteit niet beter of slechter is dan de andere? Nee, in tegendeel, hoewel ik stel dat moraliteit een subjectieve emotie is, verdedig ik dat de ene moraal beter is dan de andere. En ik denk dat deze visies met elkaar verenigbaar zijn, om twee redenen. Ten eerste denk ik, ondanks het feit dat moraliteit in primaire zin subjectief is, dat je wel degelijk ook op objectieve gronden verschillende moraliteiten kunt beoordelen. Ik ga daar in de in de rest van dit artikel verder op in. Ten tweede zorgt juist het emotionele aspect van moraliteit voor een soort absoluut karakter ervan. Als moraliteit niet absoluut zou zijn, zou het geen sterke emotie kunnen zijn. Moraliteit is voor de meeste mensen een zeer duidelijk onderdeel van hun gevoelsleven en een heel sterke richtlijn in hun leven. Zonder moraliteit is er geen beschaving mogelijk. Het is niet juist om te stellen dat omdat moraliteit primair een subjectief gevoel is, daarom de ene moraliteit niet beter is dan de andere. Morele stelsels zijn niet aan elkaar gelijk. Ze verschillen van elkaar op belangrijke punten en ze zijn daarom niet uitwisselbaar of even goed. De moraliteit dat je vreedzaam met elkaar leeft is een andere moraliteit dan de moraliteit dat je elkaar de hersens in moet slaan. De meeste beschaafde mensen vinden de eerste moraliteit superieur aan de tweede en er is geen enkele reden dat zij dat niet mogen vinden en zich er niet voor in zouden zetten om de tweede moraliteit uit te bannen. Behalve een paar sociopaten zijn er voor iedereen dingen die hij zal laten omdat ze in strijd zijn met zijn geweten, en dus in strijd met zijn moraliteit. Dat geldt zelfs voor moordenaars en dieven. Een dief zal meestal niet iemand vermoorden, ook als dat voor hem voordelig zou zijn. En een moordenaar zal niet iedereen vermoorden als het hem uitkomt omdat ook hij een, weliswaar verminderd, geweten heeft. En moordenaars krijgen vaak last van hun geweten. Bovendien zal zelfs iemand die iets doet dat de meeste mensen immoreel vinden vaak zelf wel van mening zijn dat een dergelijke handeling immoreel is, vooral als hij niet meer in de positie van dader verkeert. Ik heb ooit gezien dat een dief, ironisch genoeg, zelf moreel verontwaardigd was toen zijn eigen autoradio gestolen werd. Moraliteit is dus iets dat een grote rol speelt in het leven van bijna alle mensen. En de meeste mensen zijn ervan overtuigd dat hun moraliteit, althans een fundamenteel deel daarvan, de goede moraliteit is. Ik vind bijvoorbeeld dat je geen onschuldige mensen mag vermoorden en ik geloof dat die moraliteit goed is en dat ik het volste recht heb om mensen die moorden moreel te veroordelen en met geweld tegen te houden. En dat moet ook wel zo zijn, want dat is nou juist de essentie van moraliteit. Het hebben van een bepaalde moraliteit betekent nou juist dat je sommige handelingen absoluut als slecht beschouwt en sommige als goed. Moraliteit mag dan wel subjectief zijn, in de zin dat het een persoonlijk oordeel is dat tussen mensen onderling kan verschillen, maar het geeft vanuit het standpunt van het individu wel een absoluut onderscheid aan tussen goed en kwaad. Als dat niet zo was, dan zou het hele idee van moraliteit namelijk niet kunnen bestaan. Stel namelijk dat ik denk: “Wacht eens even, ik vind moord slecht, maar ik kan niet bewijzen dat moord objectief slecht is, want het feit dat ik moord als slecht zie is een subjectieve mening en een ander kan daar net zo goed anders over denken. Ik kan dus niet rechtvaardigen dat mijn morele mening, dat moord slecht is, beter is dan de mening van een ander dat moord goed is. Er is dus geen objectieve reden dat moord slecht is. Goed, hoe jammer ik het ook vind, dan moet ik maar aannemen dat ik me vergist heb in mijn intuïtie dat moord slecht is. Voortaan zal ik moord niet meer immoreel vinden. Ik kan het onwenselijk vinden, en ik zal iemand die een vriend van mij probeert te vermoorden proberen te weerhouden omdat dat in mijn belang is aangezien ik liever wil dat mijn vrienden blijven leven, maar ik zal moordenaars niet meer moreel veroordelen of boos op ze zijn, want ik heb geen reden om boos op ze te zijn. Daarom beschouw ik mezelf voortaan een amoralist.” Wat is er nou mis met deze redenatie? Wat er mis is, is dat het tot een contradictie leidt. De aanname is eerst dat ik een moreel gevoel heb en de conclusie is dat ik geen moreel gevoel meer heb. Hoewel het theoretisch mogelijk is dat iemand door een inzicht zijn morele gevoel verliest en dus amoralist wordt, is dit niet in overeenstemming met hoe mensen in de praktijk zijn. Uit waarneming van de mensen en culturen om ons heen blijkt duidelijk dat bijna alle mensen een sterk moreel gevoel hebben. En het is nu juist de essentie van dit morele gevoel dat die moraal ook absoluut is. Dat is wat het hebben van een moreel oordeel en gevoel betekent. Dat je ervan overtuigd bent dat wat een ander doet absoluut goed of slecht is. Een moreel gevoel zegt je niet: “Piet is een moordenaar en ik zeg dat ik dat slecht vind, maar ik kan net zo goed stellen dat het goed is”. Nee, je zegt: ”Piet is een moordenaar en naar mijn oordeel is dat slecht”, zonder nuancering. Je kunt niet een negatief moreel oordeel over een ander hebben en tegelijkertijd vinden dat dat oordeel willekeurig is en even goed als dat van een ander. Zou dat wel zo zijn, dan zou het morele gevoel wegvallen als sneeuw voor de zon. Waarom kan ik aannemen dat moord absoluut slecht is? Omdat ik dat vind. Mijn moraliteit is voor mij een absolute en werkelijk bestaande grens tussen goed en kwaad, net als dat voor ieder ander geldt. Objectieve aspecten van moraliteit Ondanks de subjectieve basis van morele regels, kun je in zekere zin op objectieve gronden zeggen dat de ene moraliteit beter is dan de andere. Om specifieker te zijn, je kunt in zekere zin zeggen dat de libertarische moraal beter is dan alternatieve moralen. De nuancering “in zekere zin” is echter wel belangrijk. Ik denk niet dat je zonder meer kunt zeggen dat het libertarisme objectief beter is dan het communisme, democratie, socialisme of wat dan ook. De reden hiervan is dat het begrip “beter” enigszins subjectief is. Wat betekent “beter”? Om objectief te kunnen beoordelen dat het één beter is dan het ander hebben we een maatstaf voor goed en slecht nodig. Kan ik bijvoorbeeld zeggen dat het ene gebouw objectief beter is dan het andere? Nee, dat kan niet, want er moet eerst een maatstaf zijn aan de hand waarvan we kunnen beoordelen dat het ene gebouw beter is dan het andere. Zijn we het eenmaal over de maatstaf eens, dan kunnen we vervolgens objectief beoordelen welk gebouw beter is. Mogelijke maatstaven zijn bijvoorbeeld: hoogte, aantal mensen dat er in kan werken, aantal kubieke meters, bestandheid tegen aardbevingen, duurzaamheid, prijs, of een duidelijk gedefinieerde combinatie van factoren. Het ene gebouw kan volgens de ene maatstaf beter zijn en het ander gebouw kan volgens de andere maatstaf beter zijn. Toch is het niet zo dat het kiezen van de maatstaf volstrekt willekeurig is. De maatstaf dat een gebouw dat duurzamer is beter is dan een gebouw dat niet lang meegaat ligt meer voor de hand dan de maatstaf dat een gebouw dat kort meegaat juist beter is. Je kunt op redelijk objectieve gronden verdedigen dat sommige dingen voor een gebouw een voordeel zijn, zoals duurzaamheid, goedkoop, door de meeste mensen mooi gevonden, en ander dingen, zoals instortingsgevaar, duur, door veel mensen lelijk gevonden, nadelen zijn. Daarom zit er zelfs in het kiezen van de maatstaven een zekere mate van objectiviteit. De gekozen maatstaf is een combinatie van objectieve argumenten en subjectieve elementen gebaseerd op persoonlijke inzichten en voorkeuren. Verschillende mensen zullen het er uiteindelijk niet precies over eens zijn wat voor soort gebouw beter is dan een ander gebouw, maar voor een belangrijk deel ook wel. Zo is het volgens mij ook met moraliteit. Om te kunnen beoordelen welke moraliteit beter is dan een andere hebben we een maatstaf nodig voor wat beter en wat slechter is. Voor een groot deel kun je objectieve argumenten aangeven waarom sommige dingen een voordeel zijn van een bepaalde moraliteit en sommige dingen een nadeel. Echter, subjectieve voorkeuren zullen een rol spelen. Uiteindelijk kun je goede argumenten geven dat de libertarische moraal beter is dan alternatieve moralen. En je kunt misschien bewijzen dat het libertarisme een betere moraal is dan andere als je bepaalde voor de hand liggende aannames doet; in de rest van dit artikel geef ik een aanzet daartoe. Maar je kunt niet zonder meer, dus zonder de gegeven nuanceringen van “goede argumenten” of “als je bepaalde voor de hand liggende aannames doet” bewijzen dat het libertarisme de juiste moraal is. Utilitarisme en moraliteit David Friedman zegt in zijn boek “Law’s Order” [5] dat volgens hem wat mensen als rechtvaardig zien eigenlijk grotendeels een benadering is van het utilitarisme (maximalisatie van het opgetelde nut of geluk van alle mensen). M.a.w. het utilitarisme is wat mensen in het algemeen nastreven als zijnde rechtvaardig. Op het eerste gezicht lijkt dat voor libertariërs misschien onzin. Moord is toch niet onrechtvaardig omdat het geluk van de dader niet zo groot is als het ongeluk van het slachtoffer en zijn nabestaanden? Moord is toch onrechtvaardig omdat je niet over het leven of eigendom van een ander mag beschikken, ongeacht de utilitaristische consequenties? Ik denk dat voorbeelden duidelijk kunnen maken dat Friedman’s idee, dat er een belangrijk verband is tussen utilitarisme en moraliteit, toch niet zo ver van de waarheid ligt. Ik doel op voorbeelden van het type ”lifeboat situations”. Dat zijn denkbeeldige situaties waarin mensen de intuïtie hebben dat het moreel goed is tegen het libertarisme te zondigen. Dit is iets waar libertariërs veelal een probleem mee hebben omdat ze lijken aan te tonen dat er iets niet klopt met het libertarisme. Ik denk echter dat dit soort denkvoorbeelden een nuttig inzicht geven in de aard van moraliteit. Stel ik wil van A naar B. Ik heb geen zin om om te lopen, dus ga ik dwars door de tuin van meneer Jansen, i.p.v. over de weg, ook al weet ik dat meneer Jansen zeer op zijn privacy gesteld is. Libertariërs zullen zeggen ik dit recht niet heb, dat de daad onrechtmatig is en dus immoreel (ik gebruik onrechtmatig en immoreel als synoniemen). Stel nu dat er aan de andere kant van de tuin een klein meisje aan het verdrinken is in een sloot. Als ik door de tuin van meneer Jansen heen ren ben ik nog net op tijd om haar leven te redden. Als ik om de tuin heen loop ben ik daar te laat voor. Is het immoreel om door de tuin van meneer Jansen heen te lopen? De meeste libertariërs zullen, hoop ik, zeggen: nee. Maar vanwaar dit verschil? Het enige essentiële verschil is volgens mij een verschil in utiliteit. Het nut voor mij om het eigendom van meneer Jansen te schenden, in het geval dat ik gewoon geen zin heb om om te lopen, is niet zo groot. Het nut voor het meisje van het schenden van het eigendom van meneer Jansen, in het geval dat ik daarmee haar leven red, is zeer groot. Vrijwel zeker veel groter dan het mogelijk ongeluk van meneer Jansen doordat hij het vervelend vindt dat ik zijn privacy schendt. Friedman geeft in “The Machinery of Freedom” meer van dit soort voorbeelden [6]. Een criticus zou kunnen zeggen dat er helemaal geen conflict is omdat meneer Jansen het vast goed vindt dat ik door zijn tuin loop om het kind te redden. Maar je kunt het voorbeeld dan aanpassen door aan te nemen dat meneer Jansen een egoïst is die niets geeft om het lot van kinderen en het ook in dit geval niet goed vindt dat ik door zijn tuin loop. Ander tegenargument zou kunnen zijn dat de daad niet echt schadelijk is, omdat ik gedwongen mag worden meneer Jansen schadevergoeding te betalen. Maar wat als schadevergoeding onmogelijk is? Wat als ik bijvoorbeeld in een grote stad een fiets steel om een kind te redden van ontvoering terwijl ik weet dat ik de oorspronkelijke eigenaar waarschijnlijk niet terug zal kunnen vinden om hem te compenseren? Uiteindelijk kom je zo op een voorbeeld terecht waarbij je een persoon een zeer grote dienst verleent ten koste van een kleine blijvende schade van een derde. En de morele intuïtie van de meeste mensen is dat dat moreel goed is. Hieruit blijkt dat een utilitaristisch voordeel van een daad een belangrijke factor is die er mede voor kan zorgen dat een daad moreel wordt. Hoe moeten we nu een morele afweging maken tussen de normale regels van moraliteit en utiliteit in dit soort bijzondere situaties? Verderop in dit artikel introduceer ik het begrip moraalratio met het doel om meer inzicht te verkrijgen in dit soort beslissingen. Wat is de reden dat men in onze cultuur verkrachting bijvoorbeeld zo slecht vind? Ik denk dat dat komt omdat verkrachting nou eenmaal iets heel vervelends is voor het slachtoffer, dat bovendien tot een jarenlang trauma kan leiden. Daar staat tegenover dat het plezier van de dader nogal kort is. Stel dat verkrachting voor het slachtoffer even erg zou zijn als dat je per ongeluk op haar teen trapt en dat het voor de dader jarenlang plezier zou geven. Dan zouden vele mensen waarschijnlijk voor verkrachting zijn. Er zijn trouwens een aantal problemen met het begrip utilitarisme, o.a. het probleem met het vaststellen van de utiliteit van bepaalde handelingen en situaties en het probleem van het vergelijken van de utiliteit van de een met die van de ander. Narveson geeft in zijn boek “The Libertarian Idea” [7] hier een goede bespreking van. Ondanks deze problemen denk ik toch dat utiliteit een handig begrip is, waarvan we een redelijk idee hebben wat het betekent en hoe je het het beste kan toepassen bij bepaalde vraagstukken. Utilitarisme en libertarisme Opvallend kenmerk van het libertarisme is dat het libertarisme volgens mij waarschijnlijk tot de meeste welvaart leidt. Waarom het libertarisme tot de meeste welvaart leidt kun je beargumenteren op basis van economische redeneringen en door te wijzen op de praktijk waaruit blijkt dat vrije markt op allerlei gebieden beter blijkt te werken dan alternatieven. Naar mijn mening wordt deze stelling overtuigend onderbouwd in duizenden libertarische boeken en artikelen. Theoretische argumenten tezamen met voorbeelden en analyses van vrije markt versus gereguleerde markt uit de praktijk zijn volgens mij voldoende om de voorlopige aanname te doen dat het objectief waar is dat het libertarisme tot de meeste welvaart leidt. Daarover twee opmerkingen. Ten eerste kan objectief waar in dit verband niet precies hetzelfde betekenen als in de exacte wetenschappen, zoals wiskunde en natuurkunde. Deze uitspraak valt nooit met dezelfde mate van exactheid te bewijzen of experimenteel te bevestigen of falsificeren als uitspraken in de wiskunde of de natuurkunde. Maar ik denk wel dat het in principe in zodanige mate aannemelijk te maken valt dat het er dicht bij in de buurt komt. Ten tweede, ook al zijn sommigen op dit moment in de geschiedenis er nog niet van overtuigd dat er voldoende argumenten zijn voor de bovengenoemde uitspraak, het is in ieder geval mogelijk dat dat in de toekomst wel het geval is. Voor sommige argumenten in dit artikel ga ik er voor het gemak van uit dat mijn oordeel op dit gebied klopt, hoewel ik de stelling niet zal verdedigen, omdat dat buiten het bestek van dit artikel ligt. Voor de argumenten hiervoor verwijs ik naar de overvloedige literatuur op dit gebied. Twee klassiekers die volgens mij in het algemeen de economische superieuriteit van het libertarisme heel goed beargumenteren zijn “For a New Liberty” [8] en “The Machinery of Freedom” [9]. Daarnaast zijn er ook duizenden boeken en artikelen die de vrije markt in termen van welvaart verdedigen op specifieke gebieden, zoals bescherming, privatisering, armoede en gezondheidszorg. Niet alleen verwacht ik dat het libertarisme het beste systeem is qua welvaart, maar ook qua utiliteit in ruimere zin, qua welzijn dus. Dat komt enerzijds omdat ik denk dat mensen gelukkiger zijn bij hogere productiviteit; geld maakt gelukkig. Dat is af te leiden uit het feit dat mensen bij de keuze tussen een laag salaris en een hoog salaris kiezen voor het laatste. Maar er zijn ook allerlei andere niet-kwantificeerbare voordelen van een libertarische samenleving waardoor het welzijn groter zal zijn dan bijvoorbeeld in een totalitaire communistische samenleving: harmonie, rechtszekerheid, eigen verantwoordelijkheid, respect voor individualiteit, prettig om in een morele samenleving te leven, etc. Ook is het belangrijk dat mensen in een libertarische samenleving hun eigen geld verdienen in plaats van dat hun inkomen een mengeling is tussen wat ze zelf verdienen en wat big brother ze aan zakgeld geeft. Geld dat je zelf verdient geeft meer bevrediging dan geld dat ongerelateerd is aan je prestaties. Libertariërs stellen niet alleen dat het libertarisme tot de meeste welvaart leidt, maar ook dat het libertarisme moreel is. Sommige libertariërs stellen dat het libertarisme in de eerste plaats geaccepteerd moet worden omdat het moreel juist is en dat het feit dat de meeste mensen dan het welvarendst worden een prettige bijkomstigheid is. Deze libertariërs stellen dat het een soort toeval is dat het praktische en het morele in dit verband samengaan. Ik denk niet dat dit toevallig is. Ik denk dat er juist een verband is tussen moraliteit en utilitarisme, zoals ik hierboven heb verdedigd. En ik denk dat de eventuele keuze tussen moraliteit en praktisch ten dele een valse keuze is. Het feit dat het libertarisme praktisch is is nou juist een van de redenen dat het ook moreel is. Ik denk dat het morele basisgevoel van de meeste mensen libertarisch is. De meeste mensen hebben, in ieder geval ten dele, het morele gevoel dat het schaden van een ander slecht is. Zelfs een brute primitieveling, of een moderne westerse etnische zuiveraar, zal het niet goed vinden om mensen van zijn eigen groep te vermoorden of te beroven, ook al vindt hij het de gewoonste zaak van de wereld dat bij mensen uit een andere groep te doen. Ik denk dat dit morele gevoel wellicht evolutionair te verklaren is, hoewel Harman er bijvoorbeeld op wijst dat een goede theorie op dat gebied op dit moment nog ontbreekt [10]. De theorie zou kunnen zijn dat groepen die een libertarische moraal hebben welvarender zijn, productiever zijn omdat ze samenwerken in plaats van elkaar de hersens in te slaan, en dus een grotere overlevingskans hebben. Waarom deze eigenschap voor het individu ook tot een grotere overlevingskans zou leiden, in plaats van alleen voor de groep als geheel, wat evolutionair een voorwaarde lijkt, is in dit opzicht nog een zwak punt. In ieder geval is het mogelijk dat de meeste mensen een libertarisch oergevoel hebben, juist omdat dit tot de meeste welvaart leidt. Universele morele intuïtie Wat er buiten het welvaartsaspect bijzonder aan het libertarisme is, is dat het overeenkomt, zoals hierboven aangestipt, met een universele morele intuïtie dat je een ander niet mag schaden. Als je aan mensen vraagt of ze het met het principe eens zijn dat mensen recht hebben op vrijheid, maar dat je niet met geweld mag beschikken over het leven of eigendom van een ander, dan zijn de meeste mensen het daarmee eens (in ieder geval in de westerse wereld). Het probleem is alleen dat ze dit principe niet consequent toepassen. Kenmerkend is dat bijna niemand bijvoorbeeld bereid is om belasting een vorm van diefstal of afpersing te noemen. Dit geeft aan dat het moreel niet geaccepteerd wordt om te pleiten voor het beschikken over het eigendom of de arbeid van een ander. Men probeert in de regel met slechte argumenten te verdedigen dat belasting niet echt diefstal is, maar in werkelijkheid een ruil of een vrijwillige democratische keuze of iets dergelijks. Zelfs mensen die ogenschijnlijk het verst af staan van libertariërs, communisten, verdedigen hun standpunten op basis van vrijheid. Marx riep op tot een bevrijding van het proletariaat en zijn kritiek op het kapitalisme is dat de arbeiders worden uitgebuit. Alle communisten na hem volgen hem in deze retoriek. Waarom uitbuiting en vrijheidsaantasting slecht zijn wordt niet eens beargumenteerd en de reden is dat dat niet nodig is, omdat dat als evident gezien wordt. Vrijwel elke westerling is het er mee eens dat vrijheid goed is. Dat is zo’n vanzelfsprekendheid dat het geen verdediging behoeft. Het libertarische basisprincipe wordt nu dus al door de meeste mensen zonder meer aanvaard. Het enige probleem is dat communisten onterecht aannemen dat het kapitalisme een vorm van uitbuiting en vrijheidsaantasting is, terwijl het in werkelijkheid andersom is: het kapitalisme is vrijheid en het communisme is uitbuiting en onvrijheid. En dat is volgens mij niet een subjectieve mening, maar valt grotendeels objectief te beargumenteren op basis van economische en logische argumenten, waarvoor ik verwijs naar de overvloedige libertarische literatuur op dit gebied. Conway doorprikt in zijn boek “A Farewell to Marx” bijvoorbeeld op overtuigende wijze de economische redenering van Marx, o.a. op het gebied van uitbuiting [11]. Nu reist de vraag of dit een argument is dat het libertarisme een goede moraal is. Het lijkt een cirkelredenering. De reden dat het libertarisme moreel is, is dat de meeste mensen het libertarisme (in ieder geval in principe) moreel vinden. Als je het zo stelt is het inderdaad een cirkelredenering. Maar je kunt ook stellen dat het feit dat het libertarisme overeenkomt met een universele morele intuïtie een duidelijk voordeel van het libertarisme is boven alle ander moralen. Het libertarisme is de moraal die het beste aansluit bij de aard van het overgrote deel van de mensheid. En dat is een voordeel, enerzijds omdat het prettig is voor al die mensen om in een samenleving te leven die overeenkomt met hun morele gevoelens en anderzijds omdat dit er op wijst dat een (grotendeels) libertarische samenleving praktisch mogelijk is. Een samenleving die ingaat tegen het morele gevoel van de meerderheid zal immers toch niet kunnen bestaan omdat te weinig mensen daar hun medewerking aan zouden geven, of zal op zijn minst heel slecht functioneren. Een moraal voorstellen die in strijd is met fundamentele morele gevoelens van de mens lijkt onzinnig, omdat je dan een moraal voorstelt die in de praktijk onmogelijk is. Je zou de huidige samenleving daar een uitzondering op kunnen noemen. De verzorgings- en reguleringsstaat druist in tegen de morele basisprincipes van vrijheid en respect van eigendom. Maar deze samenleving kan ook alleen maar standhouden omdat dit feit niet algemeen wordt ingezien. Wat is er nog meer uniek aan het libertarisme? Het basisprincipe voldoet aan het Kantiaanse principe dat je een ander mens niet als middel mag gebruiken. Doe je dat wel dan gebruik je een ander mens voor je eigen doelen en weerhoudt je hem ervan zijn doelen optimaal na te streven. Je zou kunnen stellen dat zondigen tegen dit principe getuigt van een gebrek aan respect voor het feit dat ieder mens zijn eigen doelen na wil streven en dus autonoom wil zijn. En zelfs al wil iemand niet autonoom zijn, maar het leiderschap van een ander volgen, dan nog wil iemand zelf kiezen of hij het leiderschap van de Paus, God, Mao, of wie dan ook wil volgen. Verwant hieraan is het Lockeaanse principe van self-ownership, dat op ongeveer hetzelfde neerkomt. Ook het Kantiaanse en het Lockeaanse principe komen overeen met de morele intuïtie van de meeste mensen. Door te beargumenteren dat het libertarisme min of meer volgt uit dit soort intuïtieve basisprincipes, verdedig je de redelijkheid van de libertarische moraal. Een andere verdediging van het libertarisme ontstaat doordat de argumenten voor voorgestelde alternatieven vaak tot tegenstrijdigheden leiden. Democratie wordt in de westerse wereld verdedigd als een moreel hoogstaande vorm van beschaving. Maar bij verder navragen blijkt dat niemand het echt eens is met het democratische principe, dat wat moreel juist is bepaald wordt door de voorkeur van de meerderheid. Men vindt vaak wel dat je je moet houden aan economische regulering omdat daar democratisch voor gekozen is. Maar het democratisch uitmoorden van een minderheid wordt zonder meer afgekeurd. Verder vindt iedereen wel een bepaald specifiek beleid van de overheid onrechtvaardig, ook al is het democratisch gekozen. Mijn conclusie is dat mensen niet echt in democratie geloven, maar in werkelijkheid er toch van uitgaan dat er een fundamenteler moreel stelsel is dat te prefereren is boven de democratie. Democratie is een soort minst slechte keuze bij gebrek aan kennis over een beter alternatief. Zoals Winston Churchill al zei: “Democratie is een slecht systeem, maar ik ken geen betere”. Rothbard heeft overigens in “Power and Market” een zeer mooi kritiek op de democratie gegeven, voornamelijk op basis van allerlei tegenstrijdigheden [12]. Vervolg hieronder Only two things are infinite. The universe and human stupidity, and I'm not sure about the universe. (Albert Einstein)
|
||||||||
|
06-15-2012, 06:04 PM
(Dit bericht is het laatst bewerkt op 06-15-2012 om 06:06 PM door ddww.)
Bericht: #2
|
||||||||
|
||||||||
RE: Moraliteit en Libertarisme
Vervolg van hierboven
Eigendom in land Hoewel de principes van vrijheid en autonomiteit suggereren dat je niet mag stelen, moorden, oplichten, etc. kun je je afvragen hoe je het bezit van niet door de mens geproduceerde goederen, zoals land en grondstoffen, kunt verdedigen. Ik denk dat dit redelijk te verdedigen valt op basis van het Kantiaanse principe dat je mensen niet als middel mag gebruiken in combinatie met argumenten op basis van algemeen nut. Een uitgebreide argumentatie hiervan valt buiten het bestek van dit artikel, maar kort gezegd komt het er op neer dat het voor de hand ligt dat er een keuze zal moeten worden gemaakt tussen een vorm van collectief eigendom en individueel eigendom. Ten eerste leidt collectief eigendom ertoe dat degenen met macht beslissingen nemen ten koste van degenen zonder macht terwijl je bij een individueel eigendomsrecht dit soort problemen vermijdt en je een situatie krijgt van grotere individuele mogelijkheden en autonomie. Ten tweede zijn er economische argumenten te geven waarom het individuele eigendomsrecht tot meer efficiëntie en welvaart leidt. Ten derde leidt collectief eigendom tot staten, hetgeen tot conflicten zoals oorlogen kan leiden. Ten vierde hebben mensen en groepen met een individueel eigendomsstelsel de meeste vrijheid om hun samenleving in te richten zoals ze willen. Individuen kunnen altijd hun eigendom samenvoegen en en op die manier een door hun gewenste samenleving instellen. Andersom is het niet mogelijk. Is eigendom eenmaal in collectief bezit, dan kan een individu niet kiezen zich van die constructie los te maken. Ten vijfde, stel er is een eiland waar twee stammen wonen, met elk evenveel leden, die elk de helft van het eiland bezitten. Stel nu dat de ene stam zichzelf sterk vermenigvuldigt en een generatie later twee keer zo groot is geworden, terwijl de andere stam qua bevolking gelijk blijft. Als er een soort collectief eigendom is, dan zou waarschijnlijk moeten gelden dat ieder individu recht heeft op een gelijk stuk grond. In dat geval zou nu de tweede stam een deel van hun grond af moeten staan aan de eerste stam, dat nu gezamenlijk recht heeft op twee derde van het eiland. Dit lijkt niet rechtvaardig. Dit voorbeeld is daarom een argument voor het libertarische eigendomsrecht waaruit zou volgen dat elke stam de helft van het eiland behoudt [13]. Voordelen libertarische moraal Er zijn dus verschillende voordelen te geven van de libertarische moraal. Ten eerste zijn er de praktische voordelen op het gebied van optimale welvaart en welzijn. Het is trouwens nauwkeuriger om te zeggen dat het libertarisme tot maximale productiviteit leidt in plaats van tot maximale welvaart. Een samenleving waar mensen 12 uur per dag werken kan welvarender zijn dan een samenleving waar mensen 3 uur per dag werken, maar dat wil niet zeggen dat de mensen in de eerste samenleving beter af zijn; vrije tijd is ook van waarde. Van belang is dus hoeveel producten mensen gemiddeld kunnen kopen per gewerkt uur. Verder denk ik niet alleen dat een libertarische samenleving utilitaristisch het beste is, maar ook dat het voor de meeste mensen het beste is. Dat is niet precies hetzelfde. Het is denkbaar dat de totale welvaart of welzijn in een vrije markt het grootste is, maar dat een klein deel van de mensen, de rijken, heel erg veel welvaart en welzijn hebben. Het is theoretisch mogelijk dat je door socialistische nivellering het totale welzijn verlaagt, terwijl de meeste mensen er toch op vooruit gaan. Ik denk echter dat dit soort nivellering om politieke en economische redenen, waarvan Friedman er een aantal noemt [14], niet mogelijk is. Het is daarom niet realistisch om nivellering na te streven. Hieronder geef ik een opsomming van deze praktische voordelen en van andere volgens mij belangrijke voordelen van het libertarisme: 1. Het libertarisme leidt tot de meeste welvaart in verhouding tot de hoeveelheid gewerkte uren. 2. Het libertarisme leidt tot het meeste welzijn voor het gemiddelde individu. 3. In een libertarische samenleving zijn de meeste mensen beter af (welvarender en hoger welzijn) dan in mogelijke alternatieve samenlevingen. 4. Het libertarisme komt overeen met de universeel morele gevoelens dat je een ander geen kwaad mag doen, dat je een mens niet als middel mag gebruiken en dat iedereen eigenaar is van zichzelf. 5. Het libertarisme is consequent en duidelijk. 6. Je kunt beargumenteren dat het libertarisme het beste past bij de natuur van de mens. 7. Het valt te beargumenteren dat het libertarisme overeenkomt met een sociaal contract voor het samenleven dat verstandige mensen zouden kiezen. 8. Binnen het libertarisme hebben alle mensen gelijke rechten. 9. Het libertarisme is geen hypocriete moraal. 10. Het libertarisme is het meest universeel in dat het de grootste variëteit van mogelijke samenlevingsvormen toelaat. De punten 1 t/m 4 zijn hierboven al aan de orde gekomen. Punt 5 werk ik niet nader uit. De rest van de punten zal ik hieronder nader toelichten. Ad 6. Voor een verdediging van het libertarisme op basis van natuurrechten zie bijvoorbeeld [15]. Ik zal verderop nog een aantal dingen zeggen over natuurrechten. Ad 7. Het idee dat mensen elkaar niet zouden moeten bestelen, oplichten, etc. zou je kunnen zien als een soort gentleman's agreement. Deze libertarische regel is een regel die in het voordeel van de meeste mensen is. Daarom zouden de meeste verstandige mensen deze regel afspreken als ze die keuze hadden. Deze observatie is een reden om te zeggen dat het libertarisme daarmee ook moreel wordt. Het is namelijk niet netjes als mensen deze voor de hand liggende afspraak schenden. Zij profiteren dan namelijk wel van de voordelen van de regel (je wordt niet bestolen, etc.), maar ondervinden niet de nadelen (je mag niet van anderen stelen, etc.). Ook al is er in werkelijkheid niet zo'n afspraak of sociaal contract, omdat het een fictief contract is, toch kun je stellen dat dieven en andere mensen die de libertarische regel overtreden niet netjes handelen. Een dief is beter af in een samenleving waar mensen elkaar niet bestelen, dan in een samenleving waarin iedereen elkaar probeert te bestelen. Daarom is het logisch dat ook een dief graag zou willen dat de libertarische afspraak geldig is, ook al is die afspraak nooit expliciet tussen alle mensen gemaakt. Het is dus in zijn eigen belang dat die afspraak wordt beschouwd alsof die werkelijk gemaakt is, maar toch handelt hij zelf tegen die afspraak. Dat is niet netjes te noemen, of wellicht hypocriet. Je zou dit ook een soort egoïstische verdediging van het libertarisme kunnen noemen: het libertarisme is moreel goed omdat het een samenleving creëert waar de meeste mensen een egoïstisch belang bij hebben. Dit lijkt enigszins op de verdediging van sommige objectivisten van het libertarisme. Voor een veel uitgebreidere en originele verdediging van het libertarisme op basis van een denkbeeldig sociaal contract zie bijvoorbeeld [16]. Ad 8. Gelijke rechten zijn volgens mij een basisvoorwaarde van een goed rechtsstelsel. Het idee dat de ene groep mensen meer rechten heeft dan de andere groep mensen is willekeurig en valt daarom niet goed te verdedigen. Bovendien is er geen goede reden waarom alle redelijke mensen, ook die binnen de mindere groep, zo’n systeem zouden accepteren. Daarom zou zo'n systeem instabiel zijn. Dit criterium alleen al maakt het volgens mij moeilijk, zo niet onmogelijk, om een rechtssysteem gebaseerd op het bestaan van een staat te verdedigen. Elke staat is immers gebaseerd op het idee dat de ene groep (bijv. de meerderheid, belastingontvangers, regeerders) meer rechten heeft dan de andere groep (bijv. de minderheid, belastingbetalers, burgers). Ad 9. Ik denk dat de meeste niet-libertarische rechtssystemen gebaseerd zijn op een hypocriete moraal en dat het een voordeel is van het libertarisme dat het niet hypocriet is. Mensen die bijvoorbeeld voor belastingheffing zijn keuren daarmee diefstal goed, terwijl ze dat in andere gevallen afkeuren. Mensen die voor democratie zijn keuren bepaalde daden moreel goed als de meerderheid ermee akkoord gaat, terwijl ze dezelfde daden niet goedkeuren als de meerderheid er niet mee akkoord gaat. Ad 10. Hoewel ik het enerzijds niet eens ben met het moreel relativisme, is het anderzijds wel zo dat er niet een manier van leven is die voor alle mensen en culturen de juiste is. Dat maakt het libertarisme juist een universele morele theorie, omdat het de grootste variëteit van mogelijke samenlevingsvormen toelaat. Door het eigendomsrecht en contractvrijheid binnen een libertarische samenleving kunnen alle groepen mensen hun eigen leefgemeenschappen inrichten met hun eigen regels. Deze gemeenschappen kunnen fysiek gescheiden zijn, zoals in de vorm van wijken, of door elkaar heen bestaan zoals wanneer we het hebben over de Islamitische of de Surinaamse gemeenschap. In feite staat het libertarisme ook socialisme, communisme, democratie, of welke politieke inrichting ook toe, zolang mensen vrijwillig kiezen voor zo’n systeem en anderen niet dwingen eraan mee te doen. Dus op basis van verschillende maatstaven is de libertarische moraal beter dan alternatieve moralen. En er zijn volgens mij goede argumenten waarom deze maatstaven redelijke criteria zijn voor het beoordelen van een moraal. Het is niet mijn oogmerk geweest om een compleet overzicht te geven van mogelijke verdedigingen van het libertarisme. Ik heb geprobeerd een overzicht te geven van de meest in het oog springende voordelen en argumenten voor het libertarisme. Kinsella geeft bijvoorbeeld nog een interessant overzicht van drie rationele argumenten op basis waarvan het onlogisch is om te ontkennen dat individuen (libertarische) rechten hebben [17]. Verder zijn er nog vele andere nuttige benaderingen te vinden in de libertarische literatuur om het libertarisme te verdedigen. Sommige moraalfilosofen vragen zich af wat voor reden mensen hebben om een bepaalde moraal te respecteren. Waarom zou bijvoorbeeld een dief zich houden aan de moraal dat je niet mag stelen? Zij zien dus moraal als iets dat in zekere zin gerechtvaardigd moet worden doordat iedereen ook een rationele reden heeft om zich aan die moraal te houden. Ik denk dat deze visie de zaken omdraait. Als we de moraal verdedigen dat mensen niet mogen stelen gaat het er niet om aan de dief redenen te geven waarom hij niet zou moeten stelen - voor een goede en gewetenloze dief zijn er geen redenen dat hij niet zou stelen - het gaat er om aan onszelf redenen te geven om dieven te straffen, omdat wij ons eigen handelen in dit verband graag moreel willen kunnen rechtvaardigen. Als kritiek op bijvoorbeeld “The Ethics of Liberty” van Rothbard [18] en “Anarchy, State and Utopia” van Nozick [19] wordt wel eens gegeven dat die boeken een libertarisme presenteren zonder fundering. Dat is gedeeltelijk waar in de zin dat die boeken meer ingaan op de consequenties en uitwerking van bepaalde ethische normen dan dat ze bepaalde basisprincipes proberen te bewijzen. Maar dat vind ik juist positief aan die boeken en om die reden vind ik ze veel interessanter om te lezen dan boeken als “Liberty and Nature” van Rasmussen en Den Uyl [20] en “Persons Rights and the Moral Community” van Lomasky [21]. Ik denk dat de pretentie, die dit soort boeken hebben, dat je het libertarisme objectief kan afleiden (een hoofdstuk in Lomasky’s boek heet bijvoorbeeld “The Derivation of Basic Rights”), ervoor zorgen dat ze slecht te begrijpen zijn. Ik zou het beter vinden als libertarische filosofen een analyse maken van de voordelen van de libertarische moraal en goede argumenten geven waarom het libertarisme een redelijke moraal is. Dat sluit beter aan bij de aard van moraliteit dan het idee dat je de juistheid van een moraliteit kan bewijzen, hetgeen een onmogelijkheid is. Uit deze gedachtegang komt ook voort dat er volgens mij niet een enkele goede fundering van het libertarisme is. Het is niet zo dat je moet kiezen tussen een fundering gebaseerd op utilitarisme, natuurrechten, sociaal contract, intuïtie of wat dan ook. Volgens mij hebben al deze mogelijke benaderingen hun waarde en moet de verdediging van het libertarisme bestaan uit een variëteit van argumenten en voordelen uit verschillende richtingen. Ik vraag me af of veel mensen overtuigd worden van het libertarisme op basis uitgebreide verhandelingen over het afleiden van rechten en moraliteit. Het lijkt me eerder andersom. Iemand wordt eerst overtuigd van het libertarisme en gaat vervolgens een boek schrijven om zijn moraliteit te bewijzen, wat dan wellicht wel als functie heeft dat het het libertarisme een zekere respectabiliteit geeft binnen de filosofisch-wetenschappelijke wereld. Kreuger stelde de volgende vraag aan het Ayn Rand Institute betreffende natuurrechten: Stel dat er een soort is (een buitenaards wezen bijvoorbeeld) dat niet alleen rationeel is, maar ook een roofdier is; het kan alleen overleven door andere wezens te eten. Hoe verhoudt zich zo’n soort tot mensen volgens het Objectivisme? Stel dat de wezens mensen willen eten en daarbij stellen dat ze voldoen aan hun roofdieraard en dus moreel handelen. Zou dat moreel juist zijn? [22] Het antwoord van het Ayn Rand Institute was niet veelzeggend en kwam er op neer dat dit een erg onwaarschijnlijk scenario is en als zulke wezens toch zouden bestaan dan zou er wel alternatief voedsel worden uitgevonden zodat niemand zich hoeft op te offeren. Het interessante aan dit soort vragen is volgens mij dat ze aantonen dat individuele funderingen voor het libertarisme vaak bepaalde zwakheden hebben en daarom niet in alle gevallen volledig overtuigen. Mede daarom is het juist nuttig om meer dan een argument voor het libertarisme te hebben. Tezamen vormen die argumenten een verzameling voordelen voor het libertarisme dat overtuigend is, ook al is het zo dat een specifiek voordeel niet in alle gevallen opgaat. Ik vind in dat verband dat een boek als Atlas Shrugged van Ayn Rand [23] een hele goede functie heeft. Behalve een prachtige roman met een boeiend verhaal met romantiek en heldendom, geeft dit boek in verhaalvorm een schitterende verdediging van het kapitalisme. Er worden allerlei positieve aspecten van vrijheid belicht op een manier die dicht bij het werkelijke leven van mensen staat, hoewel op geromantiseerde wijze. En misschien is dat wel een betere verdediging van het libertarisme dan een droog boek met langdradige, maar gekunstelde, redenaties. Als je niet de kern van je argumenten voor het libertarisme op één bladzijde kunt opschrijven, dan is je verdediging hopeloos vervreemd van de echte mensenwereld, waarvoor het libertarisme tenslotte bedoeld is. Moraalratio Het is wellicht teleurstellend te noemen dat de libertarische moraal toch in sommige situaties, zoals in het voorbeeld met het verdrinkende kind, niet stand blijkt te houden. Ook al zou je toegeven dat de juiste moraal niet objectief te bewijzen is, het is toch een prettig idee dat er een duidelijke morele regel te formuleren is waar velen het in op zijn minst intuïtief mee eens kunnen zijn. Friedmans antwoord hierop is dat libertarische vrijheid slechts een van de waarden is die mensen nastreven [24]. Er zijn andere waarden behalve vrijheid, bijvoorbeeld geld, armenzorg, liefde, utilitarisme, etc. Er is dan geen fundamenteel verschil tussen libertariërs en de meeste andere mensen. Het is slechts een verschil in gradatie. Niet-libertariërs hechten ook waarde aan de libertarische vrijheid, alleen in mindere mate. Ze hechten veel waarde aan andere dingen die met vrijheid in strijd zijn, zoals dat de armen een gegarandeerd inkomen hebben. En tussen al die waardes maken ze een afweging zodanig dat de vrijheid vaak moet worden beperkt om andere waardes te kunnen bereiken. Het bijzondere van een libertariër is dat voor hem de waarde van vrijheid heel erg hoog is, zodat hij de vrijheid pas in zeldzame gevallen wil opofferen. Maar is moraliteit dan nog wel in een fundamenteel principe te beschrijven? We hebben aan het voorbeeld met het verdrinkende kind gezien dat een libertariër de vrijheid wil opofferen als er een groot utilitaristisch voordeel mee te behalen is. Het verband tussen libertarisme en utilitarisme is dus als volgt. Het utilitarisme is een belangrijke waarde voor de meeste mensen. Het is ook logisch dat dit een waarde is voor de meest mensen aangezien zij niet alleen om zichzelf, maar ook om anderen geven en dus geven om de utiliteit van anderen. Het feit dat het libertarisme utilitaristisch in de meeste gevallen het beste is, is daarom een belangrijk argument voor het libertarisme. Zo kom je dan aan de libertarische regel dat je niet mag beschikken over het leven of eigendom van een ander. Maar die regel krijgt op zichzelf een belangrijke waarde voor libertariërs, enerzijds wellicht omdat het een mooie duidelijke regel is en anderzijds omdat het ook in overeenstemming is met andere belangrijke principes, zoals het Kantiaanse principe dat je mensen niet als middel mag gebruiken. Vervolgens zie je in sommige extreme situaties dat het libertarisme en het utilitarisme weer concurrerende waardes worden. Het is misschien een beetje raar dat het utilitarisme een argument voor het libertarisme is, dat zich vervolgens in sommige gevallen juist tegen het utilitarisme keert, maar het is niet onlogisch, omdat het utilitarisme niet het enige argument voor het libertarisme is. En het is niet altijd zo dat mensen geluk gunnen aan andere mensen, hetgeen een soort uitgangspunt van een utilitaristische moraal is. Er is zoiets als afgunst. In het algemeen lijkt me dat geen gezonde instelling. Maar in het geval van ernstige misdaden vind ik het wel passend. Hoewel ik het in het algemeen leuk vind dat anderen het goed hebben, heb ik juist liever niet dat een vreselijke koelbloedige moordenaar vrijuit gaat of na een korte gevangenisstraf wordt vrijgelaten en daarna een leuk leven heeft. Dat gun ik hem niet. Ik doel niet op het feit dat de dader door vrij rond te lopen een gevaar vormt voor anderen, dat is een ander aspect. Ik bedoel dat ik hem zijn geluk niet gun. Juist het ongeluk van een ernstig crimineel is voor mij van waarde. Voor ernstige misdadigers ben ik dus voor een soort disutilitarisme. De intuïtieve regel lijkt te zijn dat in het algemeen het libertarisme boven het utilitarisme gaat. Als ik door een fiets te stelen die ik heel hard nodig heb er meer op vooruit ga dan het slachtoffer er op achteruit gaat, zal een libertariër de diefstal toch afkeuren. Anderzijds, zoals in het voorbeeld van het verdrinkende meisje, als het nutsvoordeel van de vrijheidsaantasting heel erg veel meer wordt dan het nadeel, dan wordt de vrijheidsaantasting goedgekeurd. Hieruit kun je volgens mij destilleren dat het de verhouding is tussen voor- en nadeel van de actie, die bepaalt of de actie goed of slecht is. Ik introduceer hiervoor het begrip moraalratio. Een bepaalde verhouding, bijvoorbeeld 10, geeft de grens aan tussen goed- en afkeuren. Dat wil zeggen, als het positief nut van een vrijheidsaantasting bijvoorbeeld 11 keer zoveel is als het negatief nut, dan wordt de actie moreel goedgekeurd. Indien het positief nut van de actie bijvoorbeeld 9 keer zoveel is als het negatief nut, dan wordt de actie moreel afgekeurd. Er zijn mogelijke alternatieven voor een moraalratio. Het is bijvoorbeeld mogelijk om niet naar de verhouding tussen voor- en nadeel te kijken, maar naar het absolute verschil. Het probleem met het kijken naar het absolute verschil i.p.v. de verhouding is echter dat dit tot ongerijmdheden leidt. Als ik elke dag van het jaar een fiets steel die mij 1.1 util oplevert tegenover een verlies van 1 util bij het slachtoffer, dan wordt dit dagelijks moreel afgekeurd als de grens van moreel goedkeuren bij 10 utils absoluut verschil ligt. Als ik echter alle fietsen van het hele jaar in een keer steel, dan ga ik er 401.5 utils op vooruit bij een schade van 365 utils. Dat is een absolute vooruitgang van 36.5 utils en moet dus worden goedgekeurd omdat dit de grens van 10 overschrijdt. Het lijkt me niet logisch dat in een keer 365 fietsen stelen moreel goed is, terwijl ze in 365 verschillende keren stelen moreel niet goed is. Dus vandaar dat de verhouding het beste criterium lijkt, want daarbij komen dit soort contradicties niet voor. Goed, de moraalratio geeft dus een criterium voor goed en kwaad. Maar wat is de juiste hoogte van die ratio? De enige objectieve regel die je kunt stellen is dat hij groter dan 1 moet zijn. Ten eerste omdat bij een waarde kleiner dan 1 het utilitarisme blijkbaar niet meer een waarde is. Vrijheidsaantastingen zouden dan namelijk worden goedgekeurd die het totale nut verkleinen i.p.v. vergroten. Ten tweede leidt dit tot contradicties. Als mijn fiets wordt gestolen zou ik hem bijvoorbeeld ogenblikkelijk mogen terugstelen als de waarde van de fiets voor mij hetzelfde is als voor de dief en beide acties zouden moreel goed worden gekeurd. Ten derde zou de economie niet goed meer functioneren door een te grote erosie van het eigendomsrecht. Maar verder is de keuze van een bepaalde ratio een subjectieve keuze die weergeeft hoeveel belang iemand geeft aan vrijheid tegenover utiliteit. Het verschil tussen een socialist en een libertariër is dat een libertariër een hogere moraalratio nastreeft (althans een socialist denkt vrijheid voor utiliteit op te offeren, terwijl het resultaat van zijn beleid een opoffering van beide is - en om preciezer te zijn ontkent een socialist doorgaans dat hij vrijheid opoffert terwijl hij dit wel doet). Bij verdere nuancering kun je tot 4 aparte moraalratio’s komen: PEMR (Persoonlijke Egoïstische Moraalratio) - Minimaal aantal eenheden geluk van mezelf waarbij ik een ander dwing om een eenheid eigen geluk op te offeren. Bijvoorbeeld: ik loop door de tuin van een ander om na een ernstig ongeluk zo snel mogelijk bij de dokter te kunnen komen. PAMR (Persoonlijke Altruïstische Moraalratio) - Minimaal aantal eenheden geluk van een ander waarbij ik vrijwillig een eenheid eigen geluk opoffer. Bijvoorbeeld: ik laat een verdwaalde reiziger op mijn kaart kijken. Bij dit getal doet zich de complexiteit voor dat ik juist gelukkig kan worden door het helpen van een ander. Je kunt daarom wellicht beter spreken van het opofferen van een eenheid economische waarde i.p.v. het opofferen van een eenheid geluk. SEMR (Sociale Egoïstische Moraalratio) - Minimaal aantal eenheden geluk van een ander waarbij ik het moreel goedkeur dat die ander een derde dwingt om een eenheid geluk op te offeren. Bijvoorbeeld: ik keur het moreel goed dat iemand door de tuin van een ander loopt om na een ernstig ongeluk zo snel mogelijk bij de dokter te kunnen komen. SAMR (Sociale Altruïstische Moraalratio) - Minimaal aantal eenheden geluk van een ander waarbij ik vind dat een derde vrijwillig een eenheid eigen geluk zou moeten opofferen. Bijvoorbeeld: ik keur het moreel af als iemand zijn kaart niet laat lezen door verdwaalde reiziger. Hoewel de juiste getallen voor de bovengenoemde verhoudingen niet objectief vast te stellen zijn, kun je wel een aantal logische regels formuleren: 1. Als PEMR kleiner is dan 1 is men sterk immoreel. 2. Als PAMR kleiner is dan 1 is men onverstandig bezig. 3. Het is wenselijk dat alle 4 ratio’s groter zijn dan 1. 4. Idealiter zijn PEMR >= SEMR, SAMR >= PAMR en PEMR >= PAMR. Als dat voor een individu klopt dan is hij moreel integer, als dat niet zo is, dan is hij moreel hypocriet en dat is waarschijnlijk het geval voor de meeste dieven en andere criminelen. 5. SEMR >= SAMR leidt tot consistentie en SEMR < SAMR leidt tot contradictie. 6. Als bij het grootste deel van de mogelijke vergelijkingen tussen een individu x en een individu y PEMR(van x) >= PAMR(van y) en dan is de samenleving vreedzaam. Als dat niet zo is, dan is de samenleving gewelddadig. Deze regel geldt alleen als de meeste mensen rationeel zijn. 7. Als de individuele voorkeuren voor SEMR niet al te ver uiteenlopen dan is de samenleving politiek stabiel. Als dat niet zo is, dan is de samenleving politiek instabiel. Deze regel geldt alleen als de meeste mensen rationeel zijn. Ik denk dat deze moraalratio’s is inzicht kunnen verschaffen in de manier waarop mensen vrijheid en utiliteit tegen elkaar afwegen. Er zijn meer nuanceringen mogelijk. Zo is bijvoorbeeld voor de meeste mensen de moraalratio wellicht groter als het er om gaat dat mensen in het westen structureel geld moeten betalen voor mensen in de derde wereld dan als het er om gaat in incidentele gevallen mensen te helpen in onze eigen omgeving. Moraliteit en recht De meeste mensen zullen recht als iets zien dat niet alleen praktisch moet zijn, maar ook “rechtvaardig”, moreel dus. Het recht dat we nastreven moet daarom gebaseerd zijn op de moraal die we kiezen. Toch is wat het recht zegt niet precies hetzelfde als wat moraliteit zegt. Ik denk dat je morele regels kunt indelen in twee soorten, we kunnen dit sterke morele regels noemen en zwakke morele regels. Sterke morele regels zijn regels waarvan iemand vindt dat ze in het recht moeten worden vastgelegd. Bijvoorbeeld: “Moord is niet alleen immoreel, maar moet ook verboden worden.”, “Je kerncentrale veilig houden is niet alleen moreel, het moet ook verplicht worden.” Zwakke morele regels zijn regels waarvan iemand vindt dat ze niet in het recht moeten worden vastgelegd. Bijvoorbeeld: “Het publiekelijk doen van racistische uitspraken is immoreel, maar het moet niet verboden worden.” Iemand die dit standpunt huldigt zal in het algemeen vinden dat hoewel het doen van racistische uitlatingen immoreel is, het met de sterke hand van het recht verbieden van dit soort uitlatingen is ook immoreel is, en wellicht zelfs immoreler te noemen is. Het onderwerp zwakke morele regels is iets dat strikt gezien niet een onderdeel is van de libertarische filosofie. Het libertarisme houdt zich bezig met het politieke vraagstuk, dus de vraag hoe het recht moet zijn. En morele handelingen buiten dit recht om zijn een kwestie van persoonlijke moraal en levenskeuzes. Waar ik het in dit artikel over morele regels heb gehad i.v.m de samenleving en mogelijke verdedigingen van het libertarisme, bedoelde ik dus sterke morele regels. En die komen overeen met de begrippen “rechtvaardig” en “rechtmatig” en met het recht waarnaar mensen kunnen streven. De termen “moraal” en “recht” zijn dus enigszins uitwisselbaar. Hoewel ik mijn schrijfwijze voor een groot deel evengoed had kunnen baseren op de term “recht” vind ik het beter om het begrip “moraal” te gebruiken, omdat dat een fundamenteler concept is. Moraliteit staat denk ik voor de meeste mensen op de eerste plaats en recht zien ze als iets dat voortkomt uit morele principes. Het is in uitzonderingsgevallen, in de eerder genoemde “lifeboat situations”, mogelijk dat recht toch niet helemaal overeenkomt met wat men moreel vindt. Ik denk niet dat dat een probleem hoeft te zijn. In het voorbeeld van het meisje dat ik van de verdrinkingsdood red, is het mogelijk dat het lopen door de tuin van meneer Jansen onrechtmatig (in strijd met het geldende recht) is, hoewel het volgens de meeste mensen wel moreel goed is. Als ik daarna een schadevergoeding betaal, dan is er toch nog enigszins aan de voorwaarden van rechtmatigheid voldaan. Als schadevergoeding om een of andere reden niet mogelijk is, dan is de uitkomst nog steeds goed op basis van een uitgangspunt dat bij een zo’n conflict tussen moraliteit en recht, moraliteit belangrijker is. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om het recht aan te passen aan de moraliteit. De rechtsregel zou kunnen worden ingevoerd dat je niet over andermans tuin mag lopen zonder diens toestemming, tenzij in het geval van een noodtoestand, zoals een verdrinkend kind. Daar is wel wat voor te zeggen, hoewel er ook nadelen aan verbonden zijn, namenlijk dat het recht minder duidelijk wordt waardoor de rechtszekerheid wordt ondermijnd. En er is natuurlijk het gevaar van het hellend vlak, waardoor het libertarische principe gevaar loopt steeds meer te worden ondermijnd (hetgeen in onze samenleving inderdaad gebeurd is). "Lifeboat situations" lijken me wel een marginaal probleem, omdat het om uitzonderingssituaties gaat. Ayn Rand heeft daarover passend gezegd dat we onze ethiek niet moeten baseren op lifeboat situaties, want we leven niet in lifeboats. Moralisme versus consequentialisme In het tijdschrift Liberty van mei 1999 werd een debat gevoerd tussen de voorstanders van het moralisme versus de voorstanders van het zogenaamde consequentialisme. Moralisten verdedigen het libertarisme op morele gronden (“agressies is slecht”) en consequentialisten op grond van de positieve consequenties (“libertarisme leidt tot welvaart, gezondheid, etc.”). Het utilitarisme is een specifieke vorm van consequentialisme in dat het de positieve consequenties nader specificeert als het grootse opgetelde geluk van alle mensen. Volgens mij is dit een valse dichotomie, zoals bijvoorbeeld ook Palmer stelt [25]. Enerzijds, zegt Palmer, is het consequentialisme ook een morele theorie, want het stelt dat die rechtsregels moreel zijn die goede consequenties hebben. Palmer wijst er overigens op dat het consequentialisme nog niet een complete morele theorie is, omdat het geen duidelijke uitspraak doet over wat goede consequenties zijn. Het utilitarisme is wat dat betreft specifieker. Anderzijds wijst Palmer er op dat de zogenaamde moralisten ook oog hebben voor consequenties. Meestal zijn het de verdedigers van natuurrechten die gezien worden als de moralisten. Maar hun verdediging van het natuurrecht is ook gebaseerd op consequenties: De hedendaagse natuurrechtfilosofie zoekt een antwoord aan de scepticus die wijst op de enorme diversiteit van sociale verbanden en vervolgens vraagt “Wat is er zo natuurlijk aan X of Y, als we zoveel samenlevingen observeren die zich niet houden aan X of Y?” In het algemeen antwoorden denkers uit de moderne natuurrechtentraditie door te wijzen op bepaalde basisdoelen die volgens hen alle of de tenminste de meeste mensen gemeen hebben (bijv. behoud van leven, voorspoed, plezier, vrede, etc.) Ze laten vervolgens zien welke regels of gewoontes noodzakelijk zijn om deze doelen te bereiken. Het argument neemt de vorm aan van een “hypothetisch syllogisme”, bijv. “Je doel is X, om X te bereiken moet je Y doen. Daarom moet je Y doen.” Rechtszekerheid, individuele rechten, eigendom, contractvrijheid en andere principes zijn de ingrediënten van een libertarisme gestoeld op consequentialistische natuurrechten. [26] Boaz schrijft in dit verband: Mensen hebben regels nodig die ze in staat stellen vredig en productief te leven. Libertariërs geloven dat geschiedenis, economie, verstand en een bestudering van de menselijke aard ons leren dat de beste resultaten worden bereikt door ieder persoon de vrijheid te gunnen om zijn eigen verstand en middelen voor zijn eigen doelen te gebruiken. Voor de meeste van ons is dat zowel een consequentialistische als een morele analyse. En het is noodzakelijkerwijze gebaseerd op de aard van onze eigen soort. Niemand zou natuurrechten voorstellen voor bijen en koeien. [27] Yeager [28] wijst er op dat bijvoorbeeld Rothbard natuurrechten verdedigt op een soort utilitaristische basis: Aangezien mensen slechts kunnen denken, voelen, evalueren en handelen als individuen wordt het uitermate belangrijk voor een ieder zijn overleving en welvaart dat hij vrij is om te leren, kiezen, zijn talenten te ontwikkelen en te handelen op basis van zijn kennis en waarden. Dit is het noodzakelijke pad van de menselijke natuur; het interfereren met en tegenwerken van dit proces door middel van geweld druist in tegen datgene dat vanwege de natuur van de mens nodig is voor zijn leven en welvaart. Gewelddadige inbreuk op het leren en kiezen van de mens is daarom sterk anti-mens; het overtreedt de natuurlijke wetten van de behoeftes van de mens. [29] Deze analyses en citaten illustreren volgens mij goed dat er geen duidelijke scheiding is tussen morele en conseqentialistische argumenten voor het libertarisme. Toepassing libertarische principe Aanvaard je eenmaal het libertarische principe van eigendomsrecht, dan zijn de meeste algemene beleids-/rechtsregels die daaruit volgen zonneklaar: vrije markt, geen belastingen, contractvrijheid, legalisering van drugs, geen anti-kartelwetgeving, free banking, geen overheidsmonopolies, etc. Maar ook al kun je het libertarische principe goed beargumenteren, het is niet in alle gevallen objectief duidelijk hoe een bepaald idee of principe in de praktijk moet worden toegepast. Als je eenmaal aanneemt dat je een ander geen kwaad mag doen lijkt het redelijk logisch dat je geen geluidsoverlast mag veroorzaken en dat je het milieu van een ander niet mag vervuilen. Als je deze regels extreem toepast zou je niet mogen ademen (kooldioxide-uitstoot) en praten (geluid). Het lijkt dus redelijk dat je wel een beetje mag vervuilen en geluid veroorzaken. Maar waar ligt de grens tussen wel en niet toegestaan geluid of vervuiling? Het is twijfelachtig of er altijd objectieve grenzen voor dit soort dingen zijn vast te leggen, dus kun je niet vermijden dat mensen soms hun meningen moeten vormen mede op basis van subjectieve voorkeuren. Hoe pas je het libertarische principe toe op voor libertariërs controversiële zaken, zoals copyrights, mishandeling van dieren, abortus en de vraag of de opdrachtgever van een huurmoordenaar mede aansprakelijk is of alleen de huurmoordenaar? Sommige libertariërs proberen het antwoord te vinden op dit soort vragen door te gaan redeneren uit een basisprincipe en dan te kijken wat daar uit komt. Komt er uit hun redenering dat opdrachtgevers van huurmoordenaars niet aansprakelijk zijn of dat copyrights niet rechtmatig zijn? Dan wordt er geconcludeerd, “nou dat moeten we dan maar accepteren, zelfs al gaat de uitkomst dat copyrights niet geldig zijn en dat opdrachtgevers van huurmoordenaars rechtmatig handelen tegen mijn gevoel in”. Volgens mij is dit misplaatst dogmatisme. De eerste fout dit men begaat is te vergeten of te ontkennen dat het aannemen ven het libertarische principe gedeeltelijk een kwestie van een moreel gevoel is. En als je eerst een principe aanneemt mede op basis van je gevoel en daarna iets afleidt dat tegen je gevoel ingaat, waar blijft dan de rol van je gevoel? De tweede fout die men begaat is dat men een bepaalde formulering van het libertarisme aanneemt als ware het in steen geschreven. Daarbij ga je uit van een mate van exactheid die alleen in de exacte wetenschappen bestaat, maar niet in de politieke filosofie. Politieke filosofie is daarmee een heel ander soort wetenschap dan bijvoorbeeld de natuurkunde. Een belangrijk thema van dit artikel is dat het redeneren over moraal voor een groot deel wel degelijk objectief is. Sommige redeneringen kloppen niet en sommige wel. Maar er is een grens aan deze objectiviteit die inherent is aan menselijke sociale interactie. De menselijke sociale structuur is gewoon niet exact vast te leggen of te beredeneren. Je komt een heel eind, maar uiteindelijk stuit je op allerlei culturele en persoonlijke aspecten, interpretatieverschillen en voorkeuren die verschillen van individu tot individu. Net zoals de toegestane grens van geluidsoverlast en milieuvervulling niet exact te bepalen is, zo is het ook niet met totale exactheid te bepalen welke precieze formulering van het basisprincipe de juiste is. Als we bijvoorbeeld copyrights als voorbeeld nemen dan zou je waarschijnlijk kunnen beredeneren dat copyrights niet hoeven te worden gerespecteerd als je als libertarisch basisprincipe formuleert: alles mag zolang je niet beschikt over de fysieke eigendommen van een ander. Bij het kopiëren maak je namelijk in strikte zin geen fysieke inbreuk op het eigendom van een ander. Als je echter het libertarische basisprincipe formuleert als: je mag doen wat je wilt, behalve beschikken over de arbeid of het eigendom van een ander, dan leidt een redenering waarschijnlijk tot het wel moeten respecteren van copyrights. Als je kopieert maak je namelijk gebruik van de arbeid van een ander zonder diens toestemming. Volgens mij kun je bij dit soort nuanceverschillen vaak moeilijk a-priori verdedigen welk basisprincipe de beste is. In het geval van de copyrights zou ik mijn keuze maken op basis van twee overwegingen. Ten eerste komen het wel respecteren van copyrights overeen met mijn morele gevoel date dit eerlijk is, omdat in deze situatie de producent voor een belangrijker deel profiteert van het resultaat van zijn werk. Ten tweede heb ik het vermoeden dat het hebben van copyrights beter is voor de welvaart in het algemeen, omdat er dan een optimalere economische prikkel is om boeken en artikelen te schrijven. Ik denk dat nutsconsequenties een grote rol mogen spelen bij dit soort moeilijke problemen. In de eerste plaats omdat juist de positieve consequenties een belangrijk argument zijn voor het kiezen van de libertarische moraliteit. Ten tweede omdat bij dit soort problemen het intuïtieve gevoel vaak minder sterk is dan bij duidelijker zaken, zoals moord en diefstal. Als het morele gevoel onbelangrijker is, dan blijven vanzelf nutsafwegingen over als een belangrijke factor. Zoals ik het zie is het uiteindelijk kiezen van een politiek-morele positie in zekere zin een wisselwerking tussen principes en uitkomsten. De positieve gevolgen op het gebied van welvaart en welzijn tezamen met de overeenstemming met o.a. mijn morele intuïtie en de schoonheid, eenvoud en duidelijkheid van het principe, zijn voor mij een reden om voor het libertarisme te kiezen. Maar als je vervolgens dit principe gaat aanhangen als een onveranderlijk dogma, dan draai je de redenatie om. Een van de redenen voor het accepteren van het principe is nou juist de positieve consequenties. Het is daarom niet altijd logisch om vervolgens uit dat principe weer consequenties af te leiden en die zonder meer te accepteren, ook al zijn die consequenties niet positief. In veel gevallen zul je wellicht wel negatieve praktische consequenties accepteren, omdat je dat om bepaalde redenen moreel juist vindt, maar niet in alle gevallen. Ik denk dat je enerzijds soms je principe moet nuanceren op basis van wenselijke consequenties en anderzijds dat je soms ook bepaalde consequenties moet accepteren omdat ze volgen uit een basisprincipe dat je mooi en goed vindt. Uiteindelijk gaat die feedback heen weer totdat je overblijft met een moreel en praktisch bevredigende combinatie van principes en uitkomsten. Libertarische strategie Ik beweer dus dat je, in tegenstelling tot wat sommige libertariërs beweren, niet kunt stellen dat het libertarisme objectief juist is. Je kunt er wel goede argumenten voor geven, maar echt bewijzen dat het “juist” is kun je niet. Is dat erg? Volgens mij niet. Stel dat het libertarisme op een of andere manier bewijsbaar objectief juist zou zijn. Wat schieten we daarmee op? Niet veel. Daar gaat het mensen namelijk niet om. En daar gaat het ook libertariërs niet om. Wij willen niet in een libertarische wereld leven omdat dat juist is, maar omdat dat mooi is, omdat wij dat moreel vinden en omdat wij denken dat dat voor onszelf en verreweg de meeste mensen het prettigst zal zijn. En zo is dat ook voor de rest van de mensheid. Zij zullen voor het libertarisme kiezen als zij dat mooi, prettig en moreel vinden. Zolang zij dat niet vinden hebben zij geen enkele reden om ervoor te kiezen, zelfs als ze zouden weten dat het libertarisme “juist” is. Als je dus een libertarische wereld nastreeft dien je anderen ervan te overtuigen dat dat moreel, prettig en mooi is en niet van het feit dat het juist is. Ik denk dat je ook serieuzer wordt genomen als je zegt: “Ik vind het libertarisme moreel, omdat...” dan dat je zegt “Het libertarisme is moreel, omdat...”. Voor het eerste kan iemand respect hebben, en het kan iemand op een positieve manier beïnvloeden, het tweede komt arrogant over. Er zijn vervolgens genoeg argumenten die je kunt geven voor het libertarisme. Er is een debat tussen libertariërs die zeggen dat je het libertarisme alleen op morele gronden moet verdedigen (vooral objectivisten) en libertariërs die vinden dat je het libertarisme alleen op basis van welvaartsargumenten moet verdedigen. Ik ben van mening dat je het libertarisme altijd op beide gronden moet verdedigen. Hoewel moraliteit een subjectief element heeft, kun je wel degelijk morele argumenten geven. Je kunt bijvoorbeeld inspelen op de universele morele vrijheidsintuïtie van mensen en uitleggen dat het libertarisme hieruit grotendeels volgt. Verder kun je de morele zwakheden van het huidige systeem blootleggen. En je kunt morele vraagstukken analyseren, bijvoorbeeld door uit te leggen dat een verbod op drugs de vrijheid van mensen beperkt om hun eigen keuzes te maken en dat dat een vorm van paternalisme is. Of door uit te leggen dat economische regulering in werkelijkheid het reguleren van mensen betekent. Aan christenen kun je uitleggen dat de bijbel voor een groot deel een libertarische moraal verdedigt, etc. En alleen al het roepen dat het libertarisme moreel is zonder verdere uitleg kan een effect hebben en mensen aan het denken zetten. Moraliteit is een heel sterk menselijk gevoel en het is belangrijk om daar op in te spelen. Als je bijvoorbeeld huurregulering probeert af te schaffen heb je weinig kans om mensen te vinden die zich daar met passie voor inzetten als je je oproep alleen baseert op economische voordelen. Als je mensen daarnaast ook weet te overtuigen dat het moreel goed is, zul je meer resultaat behalen. Daarnaast is het belangrijk om economische argumenten te geven waarom de vrije markt tot welvaart leidt en de gereguleerde markt rijkdom verspilt. En dat de verzorgingsstaat niet het nemen van de rijken en geven aan de armen tot gevolg heeft, maar het nemen van zowel de armen als de rijken waardoor bijna iedereen er op achteruit gaat. Het is opmerkelijk dat ik nog nooit een libertariër ben tegengekomen die voor het libertarisme was en niet van mening was dat het libertarisme tot optimale welvaart en welzijn leidt. Dit suggereert dat nutsoverwegingen inderdaad een grote rol spelen bij moraliteit. Bijna niemand zal een bepaalde moraliteit accepteren tenzij hij ook overtuigd is dat die moraliteit tot welvaart en geluk voor de meeste mensen leidt. Conclusies Er is volgens mij geen duidelijk verschil tussen consequentialisme en moralisme, aangezien consequentialistische theorieën ook morele theorieën zijn en morele theorieën, zoals natuurrechten, vaak ook gebaseerd zijn op consequenties. Als libertarische strategie moet volgens mij doorgaans gekozen worden voor het verdedigen van het libertarisme zowel op morele als op praktische gronden, hoewel zoals gezegd deze twee aspecten ook met elkaar samenhangen. Er is niet één juiste verdediging van het libertarisme. Het libertarisme moet verdedigd worden op basis van een verscheidenheid aan voordelen. Een al te dogmatische manier van redeneren op basis van libertarische principes is volgens mij niet aan te raden. Het dogmatisme gaat er onterecht van uit dat het met grote exactheid te bepalen valt hoe libertarische principes moeten worden geformuleerd en toegepast. Dat soort redeneringen zijn daarom gebaseerd op drijfzand. Standpunten moeten in moeilijke gevallen gebaseerd worden op een genuanceerd complex van morele ideeën en praktische overwegingen, waarbij interpretatieverschillen en subjectieve voorkeuren niet geheel te vermijden zijn. Er is een duidelijke verband tussen wat mensen moreel vinden en wat utilitaristisch goed is. Het libertarisme is volgens mij niet alleen moreel te prefereren boven alternatieven, maar het is ook utilitaristisch in de meeste gevallen het beste. Desalniettemin komen het libertarisme en het utilitarisme soms met elkaar in conflict. Moraalratio’s kunnen volgens mij inzicht geven in afwegingen die daarbij komen kijken. Hoewel moraliteit in de kern een emotioneel menselijk basisgevoel is, kun je volgens mij wel zinnig filosoferen over de beste moraal en verwerp ik het moreel relativisme. Mijn conclusie is dat het redelijk is om te zeggen dat het libertarisme de beste moraal is. Daar zijn goede objectieve redenen voor. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat het libertarisme objectief de juiste moraal is. De uiteindelijk keuze voor een libertarische moraal blijft een persoonlijke keuze en is dus subjectief. Maar de libertarische moraal valt op objectieve gronden wel goed te verdedigen. Dus de vraag “Bestaat er een objectief juiste moraal?” moet met nee worden beantwoord, maar de vraag “Is het libertarisme objectief de beste moraal?” kan worden beantwoord met “ja” en “nee. “Nee” in de zin dat wat de beste moraal is voor een deel afhangt van subjectieve voorkeuren ”. “Ja” in de zin dat het de beste moraal is op basis van maatstaven waarvan het voor de hand ligt dat redelijke mensen die zullen kiezen. Ik denk dat het libertarisme de beste manier is waarop mensen met elkaar kunnen samenleven. Bron: http://www.henrysturman.com/dutch/artikelen/moraal.html Only two things are infinite. The universe and human stupidity, and I'm not sure about the universe. (Albert Einstein)
|
||||||||
|
06-15-2012, 08:36 PM
Bericht: #3
|
||||||||
|
||||||||
RE: Moraliteit en Libertarisme
Een bonk leeswerk maar een mooi stuk ddww
"Today's theories shape tomorrow's reality" and "tomorrow's standard of living will depend on the success of today's theories". by Jan Pajak חיים הם יותר מאשר רק גוף ![]() |
||||||||
|
06-15-2012, 10:07 PM
Bericht: #4
|
||||||||
|
||||||||
RE: Moraliteit en Libertarisme
Only two things are infinite. The universe and human stupidity, and I'm not sure about the universe. (Albert Einstein)
|
||||||||
|
06-16-2012, 02:25 AM
Bericht: #5
|
||||||||
|
||||||||
RE: Moraliteit en Libertarisme
Ik ben tijdens het googlen volgens mij een paar keer op die pagina terecht gekomen, maar als jij het hier niet gepost had had ik het waarschijnlijk nooit gelezen, veel dank daarvoor.
Pwoh.. duurde wel langer dan gedacht. "Don't get set into one form, adapt it and build your own, and let it grow, be like water. Empty your mind, be formless, shapeless — like water. Now you put water in a cup, it becomes the cup; You put water into a bottle it becomes the bottle; You put it in a teapot it becomes the teapot. Now water can flow or it can crash. Be water, my friend." - Bruce Lee |
||||||||
|
06-16-2012, 10:21 AM
Bericht: #6
|
||||||||
|
||||||||
RE: Moraliteit en Libertarisme
(06-16-2012 02:25 AM)Vrillon schreef: Ik ben tijdens het googlen volgens mij een paar keer op die pagina terecht gekomen, maar als jij het hier niet gepost had had ik het waarschijnlijk nooit gelezen, veel dank daarvoor.Ik kwam het tegen en omdat het momenteel een 'hot item' is....leesvoer voor de libertarianen. Only two things are infinite. The universe and human stupidity, and I'm not sure about the universe. (Albert Einstein)
|
||||||||
Gebruikers die deze discussie lezen:
1 gast(en)
1 gast(en)
Naar bovenNaar inhoud







![[-]](images/thecure/collapse.gif)
![[Afbeelding: GovernmentStupidQuestion_zpsa575baee.gif]](http://i1113.photobucket.com/albums/k517/TheGray61/GovernmentStupidQuestion_zpsa575baee.gif)


